EN 14122-4 KOOILADDERS, VLUCHTLADDERS, BRANDLADDERS
IN ALUMINIUM STAAL INOX GEANODISEERD OF GLASVEZEL

Kooiladders, brandladders en vluchtladders zijn robuust, hebben een lange levensduur en verschaffen efficiënte en veilige toegang tot machines, installaties, silo’s, daken enzovoorts, ook op grote hoogte. Daarom zijn kooiladders een van de meest voorkomende toegangswegen tot deze constructies. Tevens is de kooiladder een uitstekende secundaire vluchtweg. Een ander belangrijk kenmerk is dat ze onderhoudsarm zijn. Iedere kooiladder is typisch maatwerk.

Doordat onze kooiladders modulair zijn opgebouwd en dankzij onze ruime ervaring met dit type klimmateriaal, zijn wij in staat uw aanvraag te behandelen met de snelheid en prijsstelling van serieproductie.

Onze kooiladders zijn uit voorraad leverbaar in elk van de volgende materiaalsoorten:
• blank aluminium
• geanodiseerd aluminium
• staal verzinkt
• RVS V4A (1.4571 / 316Ti)

Op aanvraag ook leverbaar in kunststof. Tevens kunnen de kooiladders worden voorzien van (poeder)coating in RAL kleur. Onze kooiladders voldoen aan de norm EN-14122-4. Hieronder vindt u de specifieke gegevens omtrent de wettelijke EN reglementering van kooiladders.

EN 14122-4 KOOILADDERS, VLUCHTLADDERS, BRANDLADDERS
IN ALUMINIUM STAAL INOX GEANODISEERD OF GLASVEZEL

Kooiladders, brandladders en vluchtladders zijn robuust, hebben een lange levensduur en verschaffen efficiënte en veilige toegang tot machines, installaties, silo’s, daken enzovoorts, ook op grote hoogte. Daarom zijn kooiladders een van de meest voorkomende toegangswegen tot deze constructies. Tevens is de kooiladder een uitstekende secundaire vluchtweg. Een ander belangrijk kenmerk is dat ze onderhoudsarm zijn. Iedere kooiladder is typisch maatwerk.

Doordat onze kooiladders modulair zijn opgebouwd en dankzij onze ruime ervaring met dit type klimmateriaal, zijn wij in staat uw aanvraag te behandelen met de snelheid en prijsstelling van serieproductie.

Onze kooiladders zijn uit voorraad leverbaar in elk van de volgende materiaalsoorten:
• blank aluminium
• geanodiseerd aluminium
• staal verzinkt
• RVS V4A (1.4571 / 316Ti)

Op aanvraag ook leverbaar in kunststof. Tevens kunnen de kooiladders worden voorzien van (poeder)coating in RAL kleur. Onze kooiladders voldoen aan de norm EN-14122-4. Hieronder vindt u de specifieke gegevens omtrent de wettelijke EN reglementering van kooiladders.

Uitleg over kooiladders

– Vaste ladder met parallelle ladderbomen Ladder, permanent bevestigd aan een gebouw of constructie waarbij de ladder twee last dragende bomen heeft, met daar tussen sporten bevestigd. – Valbeveiliging Overeenkomstig DIN EN 353-1 met vast gemonteerde geleiding.
– Kooi Ruimte waarbinnen de gebruiker zich vrij kan bewegen.
– Rustplatform Oppervlak waarop personen een rustmoment kunnen hebben en welke direct aan of naast de kooiladder aangebracht is en uit één of meerdere delen bestaat.
– Inhaakpunt Plaats waaraan de meegeleidende valbeveiliging overeenkomstig de gebruikersaanwijzing afgehaakt kan worden.
– Uitstapstaander Handgreep bij het punt van in- of uitklimmen.
– Overstap Plaats waarop men, indien valbeveiliging wordt toegepast, veilig op het gebouw of constructie kan overstappen.
– Overstapbordes Oppervlak waarop men van de ene naar de andere vaste ladder kan overstappen.
– In- of uithaakpunt Punt in de geleiding van valbeveiliging waarin de valbeveiliging in- of uitgehaakt kan worden. (DIN EN 363)

Veiligheid technische eisen voor constructie kooiladders

Functionele afmetingen
– Minimale afstand tussen sporten h.o.h is 250mm, maximaal 300mm; sportafstand dient onderling gelijk te zijn.
– Maximale afstand tussen verankering onderling is 2000mm.
– Minimale afstand van de ladder tot de muur is 150mm. – Indien de ladder is uitgevoerd met “middenrail” als valbeveiliging dan dient de minimale vrije sportruimte zowel links als rechts van de middenrail 150mm te bedragen.
– Minimale breedte van de sporten tussen de bomen bedraagt 350mm, maximale breedte van de sporten tussen de bomen is 500mm.
– Maximale afstand tussen de kooiringen onderling is 1500mm. – De afstand tussen de sport en het direct tegenoverliggende punt van de kooi is binnenmaats minimaal 650mm en maximaal 700mm. De halve diameter is 350mm.
– De ladderbomen van ladder lopen tenminste 1100mm door boven de rand van het gebouw of constructie waaraan de ladder bevestigd is.
– De kooi vangt aan op een afstand gelegen tussen 2200mm en 3000mm boven het maaiveld of grondoppervlak. 2 Constructie Uitstap bij ladders met valbeveiliging Bij vaste ladders welke zijn uitgevoerd met een valbeveiliging dient het uitstappunt zo ingericht te zijn dat het los nemen van de valbeveiliging op een veilige standplaats kan geschieden.

Uitstap bij kooiladders Indien de vaste ladder is uitgevoerd met een (veiligheids-) kooi, dan dient deze kooi tenminste 1100mm boven het uitstapniveau door te lopen en uitgevoerd zijn met handgrepen aan weerszijden. De kooi dient tevens tenminste tot 100mm onder de bovenkant van deze handgrepen door te lopen. De bovenste sport dient onder het uitstapniveau te liggen. De afstand tussen bovenste sport en uitstapniveau mag niet groter zijn dan de helft van de afstand als aangegeven in 4 functionele afmetingen.

Samenstelling van de kooiladders

Materiaal algemeen voor dragende en te belasten delen dienen uitsluitende metallurgische materialen gebruikt te worden welke voldoen aan de normeringen – specifiek DIN EN – en geschikt zijn qua afmetingen en toepassing, bijvoorbeeld: – DIN EN 10025 – DIN 17440 – Normeringen uit de reeks DIN EN 573 Bout- en schroefverbindingen Alle bout- en schroefverbindingen dienen zelfborgend te zijn of te zijn geborgd tegen ongewenst losraken.

Montage van de kooiladders

-Er mogen uitsluitend ankerpluggen c.q. verankeringmaterialen toegepast worden waarvan de geschiktheid aantoonbaar is, bijvoorbeeld door certificering.
-Lasverbindingen
Gelaste verbindingen zijn toegelaten wanneer het lasproces als de lassers gecertificeerd zijn. Zie hiervoor DIN EN 288-1 en DIN EN 288-4 en de nieuwe EN1090. Corrosiebestendigheid Vaste ladders dienen tegen corrosie beschermd te zijn. De keuze uit toegepaste materialen en werkwijze dient afgestemd zijn op de mechanische, chemische en thermische belastingen welke de onderdelen van de betreffende ladder ondergaan. Gebruiksniveau en  intensiteit alsmede de voornoemde belasting dienen vooraf bekend te zijn.
– Sporten Het stavlak van de sport dient minstens 20mm diep te zijn. Bij ronde sporten dient de diameter van de sport tenminste 25mm te zijn. Het stavlak dient ter voorkoming van afglijden geprofileerd te zijn.
-Sta- of rustplatforms
De vaste ladder moet ter plaatse van de sta- of rustplatforms ongehinderd toegankelijk te zijn.
-Rustplatforms voor vaste ladders met valbeveiliging
De rustplatforms dienen ook met de valbeveiliging te bereiken zijn. Deze platforms dienen tenminste 400mm breed te zijn en 300mm lang of uit tenminste twee stavlakken te bestaan met ieder een breedte van tenminste 130mm en een lengte van 300mm, waarbij de hart op hart afstand van de stavlakken 250mm (+ of – 40mm) bedraagt. Indien de rustplatforms uit klapbare stavlakken bestaat, dan mag de vrije opstapruimte met 100mm verkleind worden.

Rustplatforms voor vaste ladders met kooi De rustplatforms dienen qua oppervlak minimaal dezelfde afmeting te hebben als het horizontale oppervlak van de kooi. Rustplatforms dienen zodanig uitgevoerd te zijn, dat valgevaar voorkomen wordt. Meelopend valapparaat Een valapparaat met automatische blokkering in een geleiderail of geleiding, geleidt c.q. begeleidt de gebruiker zonder dat handmatige instelling of afstelling tijdens het klimmen of dalen noodzakelijk is en blokkeert tijdens een val automatisch in de geleiding of geleiderail.

Stabiliteit van de kooiladders

Dynamische belasting
Als alternatieve belasting door een persoon gelden F1 en F2 waarbij de waarde van F1 = 1,5kN en F2 = 1,5kN Het alternatief F1, dat staat voor een persoon, mag overeenkomstig de afbeelding over een lengte van 100mm over sport, rustplatform of stavlak gelijkmatig verdeeld worden, waarbij de belasting loodrecht of verticaal dient te zijn De alternatieve belasting F2 dient op iedere 2 meter in een werkende lijn parallel aan de lengte as van de ladder aangebracht te zijn en wel steeds met een moment van 300mm buiten de voorzijde van de ladder. Als alternatief mag een soortgelijke belasting M2=F2 300mm in acht genomen worden.
Alternatieve belasting
De alternatieve belasting F2 wordt gelijkmatig over beide ladderbomen verdeeld. Rustplatforms en overstapplatforms, waarvan de afmetingen niet groter zijn dan de minimale afmetingen aangegeven in 2.3.3. dienen met een enkele last van 1,5kN belast te worden. Platforms met grotere afmetingen dienen overeenkomstig DIN 31003 beproefd te worden. Windbelasting behoeft niet in acht te worden genomen. De uitstapstaander dient met een horizontale belasting F6 = 0,3kN per staander op de ongunstigste plaats, belast te worden. 4 Buitengewone belastingen Algemeen Buitengewone inwerkingen van buitenaf, bijvoorbeeld door verkeerschades of dergelijke worden in de regel niet in acht genomen. Wel worden effecten van een valbeveiliging in ogenschouw genomen. Valbeveiliging Valbeveiliging dient te voldoen aan de DIN EN 353-1 Ladderkooi

Voor de kooiringen geldt dat op de meest ongunstige plaats een verticale belasting F³ = 1,5kN aangebracht dient te worden. Daarbij mag de belasting F³ over drie horizontale kooiringen verdeeld worden indien de verticale kooistrippen trekvast met elkaar en met de kooiring verbonden zijn. Een blijvende vervorming van 50mm is dan toelaatbaar. Aan de verticale kooistrippen dient bovendien een extra horizontale belasting van F4 = 0,3kN op de meest ongunstige plaats aangebracht te worden, waarbij deze belasting over twee strippen verdeeld mag worden. Een blijvende vervorming van 10mm is dan toelaatbaar. Verankeringen Per ladderboom of stijl wordt op de as van de ladderboom of stijl een belasting van F5=3kN toegepast.

Berekeningseisen van kooiladders

Bij het maken van de berekeningseisen wordt uitgegaan van belastingen in de meest ongunstige situatie, in zoverre in het voorgaande geen concrete eisen zijn gesteld. Eisen Voor resultaten bij tests wordt uitgegaan van een veiligheidsfactor Y=1,75. Blijvende vormveranderingen tot 3 promille zijn toelaatbaar. De belastingen duren steeds minstens 1 minuut. Voor voldoende stabiliteit t.o.v. F2 mag een alternatieve belasting overeenkomstig de afbeelding toegepast worden. Deze alternatieve belasting bedraagt F2I = 0,4kN. Voor voldoende stabiliteit t.o.v. F4 mag een alternatieve belasting overeenkomstig de afbeelding toegepast worden. 6 Voorbeeld Bij evacuatie van dit type noodladder bevindt de gebruiker zich tussen de ladder en de kooi, terwijl zijn aangezicht naar het gebouw is gericht. Rondom de ladder en de gebruiker is een bescherming d.m.v. een kooi voorzien. Bij gebruik van een bordes i.p.v. een verspringing loopt de kooi door tot minimaal de hoogte van de leuning op het bordes en is deze kooi zijdelings open gemaakt om een vlotte toegang mogelijk te maken en om val risico te vermijden. Bron Echelle Europe.

Naar werkbalk springen